De advocaat van Louise mr. Hemelaar legde aan de hand van de aanvullende pdf pleitnota nog eens duidelijk uit wat de bezwaren zijn tegen de Paspoortwet. Dat zijn cliënte het ten ene male onaanvaardbaar vindt als er behoudens de opslag van haar vingerafdrukken in een paspoort/ID-kaart door de overheid ook biometrische kenmerken (met name de vingerafdruk en gezichtsscan) worden afgenomen en opgeslagen in een digitaal overheidregister. Het betoog ontkrachtte het verweer van de advocaat die namens de burgemeester optrad op alle punten. Was zeer duidelijk in de uitleg dat de wetgeving strijdig was met het EVRM, en andere internationale wet-en regelgeving. En dat meerdere uitspraken van het EHRM hierover onweerlegbaar jurisprudentie vormen om mogelijke interpretatieverschillen over het Verdrag in deze uit te sluiten.

Buitengewoon opmerkelijk was in dit kader dat later tijdens de zitting een van de rechters helder was in de uitspraak dat de burgemeester als bevoegd gezag inderdaad desgevraagd op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht het bezwaar van Louise had moeten toetsen aan het EVRM. (Iets wat niet alleen hij weigerde maar, waar honderden burgemeesters die dit verzoek in het algemeen van Vrijbit kregen negatief op reageerden-sic).

Mr. Bitter, de landsadvocate in de civiele rechtzaak tegen de Staat over de Paspoortwet, trad vervolgens op als gemachtigde van de gedagvaarde burgemeester.

Waar zij inging op stellingen uit het beroepschrift  hanteerde ze de methode om de beweringen van de tegenpartij zo te verdraaien  dat ze niet overeen kwamen met wat de tegenpartij daadwerkelijk betoogde. En verder bleef ze bij het herhalen van haar stellingen uit haar verweerschrift. Waarvan inmiddels iedereen die zich in dit dossier verdiept en het handvol verweerschriften  van haar kent wel duidelijk is dat ze over de beveiligingsgraad van de database selectief citeert uit rapportages van het CBP, Tilt en heer Grijping. Van de EU Verordening benadrukte ze dat deze de afzonderlijke naties de ruimte geeft om zelf de wijze van uitvoering te bepalen. Maar daarbij deed ze net of dat niet gebonden is aan het kader van de intentie van de Verordening en bepalingen van het EVRM. Gaf ze aantoonbaar onjuiste uitleg aan de uitspraken van het EHRM. En bleef ze van mening dat waar er in het parlement langdurig is gesproken over de Paspoortwet en er lange verslagen over geschreven zijn, er dus een gedegen afweging zou hebben plaatsgevonden. En sprake zou zijn geweest van een democratische besluitvorming. Ook kwam weer de redenering langs dat de huidige opslag van biometrische gegevens niet anders zou zijn dan een eenvoudige uitbreiding van de vroeger al gevraagde biometrische gegevens, zijnde lengte,  pasfoto, en handtekening. Dat komt tamelijk dom over gezien de technologische mogelijkheden. Huidige toepassingen die mogelijk worden als pasfoto’s worden ingescand zodat ze geschikt worden voor gezichtsherkennende camerasystemen. En al helemaal als die gegevens in samenhang met vingerafdrukken worden opgeslagen met het uitdrukkelijke doel ze te gebruiken voor identiteitsvaststelling van verdachten.

Het onderdeel over het hoofddoel van de wet, de beoogde look-a-like fraude, nam een rare wending. Mr. Hemelaar betoogde dat deze vorm van fraude wel met vingerafdruk opname in de documenten beter te bestrijden zou zijn, maar zeer beslist niet door de opslag in een overheidsdatabase. Mr. Bitter betoogde daarop eerst dat de opslag van extra vingerafdrukken in de database noodzakelijk was omdat je anders niet kon controleren of de documenten wel klopten en schakelde toen over naar een redenering dat Burgerzaken de geschiedenis van de reisdocumenten gegevens nodig had omdat criminelen zomaar van de politie een bewijs van aangifte van een gestolen of vermist document konden krijgen om nieuwe documenten mee aan te vragen. (Of anders om sic)

Zo kwam dan toch een van de hoofdbezwaren in zicht namelijk of de look-a-like fraude is opgevoerd terwijl men de vingerafdrukken en gezichtsscans eigenlijke vooral wil gebruiken voor de opsporing. Volgens de overheid mag identiteitsvast stelling van verdachten niet als opsporing worden aangeduid. Eiseres is van mening is dat dit nou juist en belangrijk deel van de opsporing uitmaakt. Dat voortdurend de eventueel in te richten Centrale Nationale Rijksdatabase erbij gesleept wordt, kan echter niet verbloemen dat ook de huidige opslag voor opsporings- en veiligheidsdoeleinden mag worden gebruikt.

De rechter vroeg door aan verweerder dat als look-a-likefraude qua doelstelling en vereisten aan proportionaliteit en subsidiariteit een inbreuk op het EVRM niet rechtvaardigen, en de wet niet ten behoeve van de opsporing zou zijn, wat dan wel het doel zou zijn dat de grote inbreuk op de persoonlijke vrijheid zou rechtvaardigen. Als antwoord kwam als volkomen nieuws de doelstelling ‘Openbare Orde’ uit de lucht vallen.

Er is inhoudelijk nog van alles en nog wat besproken, waaronder de juridische kwestie of de overheid vol kan houden dat bezwaarden niet zouden mogen protesteren tegen afname van hun vingerafdrukken tegen de huidige praktijk, omdat dat pas zou kunnen als de hele paspoortwet inclusief centrale database in werking zou treden. Waarna men achteraf pas over het  verwijderen van centraal opgeslagen vingerafdrukken zou mogen gaan procederen. De kwestie dat de Paspoortwet bezwaarden buiten de maatschappij plaatst.  Of wetgeving überhaupt onrechtmatig is door officieel geen bezwaarmogelijkheid te scheppen. De kwestie dat ook het EU recht op vrij verkeer van personen wordt belemmerd, dat de rechtmatigheid van de EU Verordening ook in twijfel kan worden getrokken. Dat nieuwe inzichten over medische aspecten van vingerafdrukken extra druk leggen op de mate waarin dit soort persoonsgegevens niet door de overheid mogen worden opgeëist....deze opsomming is niet uitputtend.

We willen deze impressie afsluiten met de bijdragen van Louise zelf. Die toen zij de kans kreeg om uit te leggen wat haar voornaamste drijfveer was liet weten dat ze niet wil dat in de maatschappij alle energie, geld en middelen gestoken wordt in maatregelen ter bestrijding van negatieve zaken. Maar dat een andere weg moet worden ingeslagen waarbij het uitgangspunt is dat positieve en goede ontwikkelingen gekoesterd en opgekweekt worden.

En wie daaruit wellicht opmaakte met een zweverige dame van doen te hebben, werd prompt uit de droom geholpen door de bijdehante wijze waarop ze de 2e vraag beantwoordde, nl of ze nou tegen de centrale database was of ook problemen had met de de-centrale opvang. In een doodstille zaal klonk als inleiding dat de centrale database natuurlijk helemaal geen genade kon vinden in haar ogen, maar dat het niet zozeer een kwestie was van dat ze bezwaar had tegen de decentrale database…………maar meer dat de database problemen met haar had.