AFGIFTE

Vingerafdrukken werden door de Nederlandse overheid vroeger alleen afgenomen van burgers in het kader van de opsporing.

Sinds de invoering van de Paspoortwet-2009 moet iedereen vanaf 12 jaar voor de aanvraag van een paspoort of ID-kaart minimaal 2x2 vingerafdrukken afstaan aan de Staat. Twee daarvan worden gebruikt voor opname in het document zelf, en deze worden samen met de tweede extra vingerafdrukken 9total 4)opgeslagen in een digitaal overheidregister. Voor mensen die in Nederland wonen in de gemeentelijke reisdocumentenadministratie en back-up daarvan. Voor wie in het buitenland woont in het register wat ressorteert onder gezag van de burgemeester van Den Haag.

Afgifte is de benaming die de overheid hiervoor gebruikt. Dat is exact de juiste aanduiding, aangezien vingerafdrukken een onlosmakelijk deel vormen van iemands unieke persoon, tot het moment dat deze gegevens digitaal worden vastgelegd in op afstand uitleesbare RF-ID chips in paspoorten en ID-kaarten of in digitale databanken.

 

Dat het bij wet mogelijk werd gemaakt om op grote schaal vingerafdrukken af te nemen van miljoenen niet-verdachte personen is zeer bedenkelijk, vooral als men bedenkt dat paspoorten en ID-kaarten ook als toegangsbewijs worden gebruikt voor werk, zorg onderwijs enz.

GEGEVEN IS GEGEVEN – WEG IS WEG ?

Na verwerking van de vingerafdrukken in de chip van het reisdocument, is voldaan aan de EU Verordening nr. 2252/2004 die de Nederlandse Staat heeft ondertekend.

In tegenstelling bijvoorbeeld tot Groot Brittannië dat de Verordening niet ondertekende en waar burgers, sinds de vernietiging van het ID-card systeem op 21 januari 2011, nu gevrijwaard zijn van opslag van hun vingerafdrukken, zolang ze niet in het strafrechtcircuit belanden.

 

Na opname van vingerafdrukken in documenten kunnen de oorspronkelijk aangeleverde vingerafdrukken in principe worden vernietigd. Wat in andere landen, bijvoorbeeld in Duitsland, ook gebeurt.

LEVE DE TECHNOLOGIE VAN GECHIPTE REISDOCUMENTEN?

Het verwijderen van oorspronkelijk aangeleverde vingerafdrukken en de digitale opslag van de pasfoto’s na verwerking in documenten, is de veiligste manier om om te gaan met persoonsgegevens.

Het voorkomt dat foute opslag in databases, een eigen leven gaat leiden en uitwaaiert naar andere computerbestanden. Het maakt het onmogelijk dat onbevoegden zich de gegevens eigen kunnen maken of ze kunnen manipuleren. En zorgt ervoor dat, mits de gegevensdrager op het document niet langer automatisch op afstand uitleesbaar zou worden gemaakt, de persoon waar het om gaat zelf zicht houdt op wie de gegevens wil kunnen controleren.

Dat wordt een stuk lastiger als niet de afdruk van de vingers worden opgeslagen, maar deze worden omgezet in een versleutelde digi-vertaling van de vingerafdruk. Dan kan alleen nog een controlerende instantie die autorisatie tot de vingerafdruk heeft de gegevens controleren maar de burger heeft er geen controle meer over.

De beoogde verificatie van de vingerafdruk wordt dan afhankelijk van de al dan niet toegekende autorisatie tot uitlezen en van het al dan niet kunnen beschikken over ‘uitleesapparatuur’. Omdat de vergelijking van vingerafdrukken met de vingerafdrukken in het document een techniek is die op kansberekening is gebaseerd en nooit 100% zekerheid biedt, ook niet bij elektronische vergelijking, is er ook geen 100% zekerheid dat de persoon zich niet voor een ander uitgeeft.

Een systeem waarvan alle deskundigen het unaniem over eens zijn dat dit onvermijdelijke foutmarges kent en er dus in principe altijd mensen zullen zijn die door het systeem niet worden herkend of voor een ander worden aangezien. 

Deze een op een verificatie tussen document en drager, zou volgens onweersproken statistische berekening minstens 1% mismatches geven. Reden waarom staatssecretaris Bijleveld vlak voor de inwerkingtreding van de Paspoortwet, schriftelijk opdracht gaf aan de afdelingen Burgerzaken van de gemeentes om bij uitgifte van de paspoorten/ID-kaarten standaard niet de vingerafdrukken te verifiëren. Dat de douanes overal ter wereld niet over uitleesapparatuur beschikken, verklaard waarom de 120 personen die gemiddeld dagelijks documenten verstrekt krijgen met foute gegevens, daarmee nog niet in de problemen kwamen.

OPSLAG IN DATABASES VAN DE OVERHEID

 

Wie zijn vingerafdrukken afgeeft voor opslag in overheidregisters, stelt ze daarmee beschikbaar voor een systeem waar naast iemands eigen unieke persoon een virtuele persoonlijkheid van hem of haar wordt vastgelegd. Een datapakket wat die bij digitale uitwisseling van persoonsgegevens belangrijker wordt geacht dan de persoon zelf. Een datapakket echter wat als nadeel heeft dat ook iemand anders dat kan gebruiken om zich voor een ander uit te geven. Om zaken te doen, te gebruiken voor chantagedoeleinden of om iemand criminele daden in de schoenen te schuiven.

Een datapakket wat als de overheid zich dat toeeigent de Staat een schier onbeperkte macht geeft over alle doen en laten van de burger.

Zo haalde de Britse minister van Binnenlandse Zaken Green ongenadig uit over het ID-card project wat inmiddels is vernietigd door de conservatieve regering. Hij kenschetste het als ‘opdringerig, intimiderend, niet effectief en duur en het slechtste wat de overheid heeft kunnen doen’. De wetswijziging om het systeem af te schaffen noemde hij de aftrap van het beleid van de huidige regering om ‘de macht van de Staat ten opzichte van de burgers terug te schalen en de burgerrechten te herstellen. Een eerste stap in het proces om de vrijheid te herstellen en in ere te houden’.

 

DOEL VAN DE VINGERAFDRUK OPSLAG DOOR DE OVERHEID

 

Officieel is de opname van de vingerafdrukken in overheidsdatabanken voornamelijk bedoeld voor een beter opname en uitgifte proces van de reisdocumenten ter voorkoming van look-a-like fraude. Een doelstelling die geen stand houdt bij toetsing aan fundamentele burgerrechten. Omdat nou juist de opslag van de biometrie in de documenten bedoeld is om dit soort fraude te bestrijden, het slechts om een gering aantal fraudegevallen gaat en bovendien de opslag van alle persoonsgegevens uit de reisdocumenten in grote databases de mogelijkheden om met identiteitsdocumenten te frauderen juist vergroten, en de foutmarge bij het doorzoeken van een match op miljoenen data een foutmarge van 3 tot 5% oplevert.

Op de rechten tot bescherming van het persoonlijk leven en de lichamelijke integriteit mag maar onder hele strenge voorwaarden inbreuk worden gemaakt, als dat een zwaarwegend doel behelst van groot maatschappelijk belang is, dat doel niet op andere wijze is te bewerkstelligen en het ook nog eens een proportionele maatregel betreft. Dat de Paspoortwet op geen enkel punt hieraan voldoet wordt helder uiteengezet in het aanvullende beroepsschrift van Louise van Luijk tegen de beslissing van de burgemeester van den Haag om haar een paspoort te weigeren, en in het verzoek om een tijdelijke voorziening van Dhr. Willems bij de voorzieningenrechter in Maastricht.

Buitengewoon opmerkelijk is in dit verband de uitlating van de landsadvocaat, die op 15-2-2011 als gemachtigde voor de burgemeester van Den Haag, tijdens de rechtszitting als verdediging voor de geëiste opslag door de overheid, het handhaven van de openbare orde aanvoerde.

OPSLAG VINGERADFRUKKEN VOOR CRIMINALITEIT

Het blijft tobben met de duidelijkheid over het gebruik van de vingerafdruk en de combinatie die daarmee ontstaat met de, voor gezichtsherkennende camerasystemen geschikte gezichtsscan die van de pasfoto’s wordt gemaakt.

Dat de gezamenlijke opslag van iemands naam, geboortedatum, gezichtsscan, vingerafdrukken en BSN een totaal pakket oplevert waarmee de identiteit van een persoon kan worden vastgesteld en gedefinieerd is evident.

Dat de opslag van zulke gegevens, al worden de vingerafdrukken dan ook eerst versleuteld en wordt de toegang tot die gegevens totaal ook nog eens versleuteld, niet 100% te beveiligen is tegen gebruik door onbevoegden staat vast.

Wetenschappers zijn het hier unaniem over eens en ook de staatsecretaris gaf dit toe bij de behandeling van het wetsvoorstel in het parlement. Waarbij het parlement genoegen nam met een ‘zo goed mogelijke’ in plaats van een afdoende beveiliging.

Dat de gegevens van de reisdocumentenadministratie in handen kunnen vallen van kwaadwillende criminelen is een gegeven zowel voor iedereen die vingerafdrukken afgeeft als voor de overheid die de verantwoording over het beheer en de beveiliging van de databank heeft.

Dat door het opslaan van alle persoonsgegevens gegevens in grote databanken, zowel de burgers  individueel actief in gevaar worden gebracht als de veiligheid van de samenleving in geheel, is onontkoombaar.

Dit geldt zowel voor opslag in de-centrale databanken als voor het geval ze in één centrale databank zouden worden opgeslagen. Al zal opslag in een centrale database helemaal een open uitnodiging vormen voor kwaadwillenden om zich zich het complete nationale persoonsregister van alle burgers eigen te kunnen maken.

OPSLAG VINGERADFRUKKEN VOOR  VEILIGHEIDS-EN INLICHTINGENDIENSTEN

 

Hoewel bij de behandeling van het wetsvoorstel inhoudelijk nauwelijks aandacht werd besteed aan het feit dat de uitbreiding van de reisdocumentenadministratie met de vingerafdrukken uitdrukkelijk ook bedoeld waren voor de staatsveiligheid en het identificeren van slachtoffers, staat dat wel zo in de Paspoortwet.

Dat veiligheids- en inlichtingendiensten integraal gebruik kunnen maken van welke informatie er waar dan ook is opgeslagen is een gegeven. Dat op het werk van deze diensten, onder het motto van staatsgeheim, niet voorzien is in enige vorm van controle van buitenaf, idem.

Dat betekent echter wel dat, ten behoeve van de staatsveiligheid, niemand ooit met zekerheid kan weten over welke van zijn of haar persoonsgegevens zo’n dienst wellicht beschikt. En of die gegevens in dat geval wel correct zijn, waarvoor ze gebruikt worden, met wie ze gedeeld worden en aan wie ze verstrekt worden.

Dat nationale inlichtingen –en veiligheidsdiensten hun informatie ruimhartig, en in toenemende mate ruimer dan reglementair is toegestaan, delen met zowel bevriende als andere mogendheden, is geen geheim.

Een plus een is twee: Wie zijn vingerafdruk afgeeft aan de overheid kan nooit met zekerheid te weten komen of deze biometrische gegevens niet onmiddellijk worden gekopieerd naar een schaduwdatabank van bijvoorbeeld de Algemene Inlichtingen en Veiligheids Dienst. Een dienst die, in tegenstelling tot de huidige gemeentelijke de-centrale databases, al jaar en dag beschikt over programma’s die biometrische gegevens doorzoekbaar maken.

OPSLAG VINGERADFRUKKEN VOOR DE OPSPORING

De mogelijkheid om de biometrische gegevens van iedereen die een nieuw paspoort of identiteitskaart aanvraagt ook te gebruiken voor opsporing is vanaf het begin dat men de opslag daarvan heeft overwogen altijd opengehouden. Dit aspect heeft absoluut een rol gespeeld bij de totstandkoming van de nieuwe Paspoortwet in 2009.

In de brief over terrorismebestrijding aan de Tweede Kamer van 24 januari 2005 schrijven de ministers Donner en Remkes: "De ontwikkeling van deze informatie-infrastructuur draagt bij aan de intensivering van de samenwerking op Europees terrein en levert een bijdrage aan de effectiviteit van de uitvoering van de identificatieplicht." zo valt te lezen in het artikel De functie van uw vingerafdruk.

JUSTITIEEL GEBRUIK VAN VINGERAFDRUKKEN VAN ONSCHULDIGE BURGERS?

 

Om te beginnen kunnen we vaststellen dat de overheid geen biometrische gegevens van onschuldige burgers mag gebruiken voor opsporingsdoeleinden. Dus niet van de huidige opslag van vingerafdrukken, gezichtscans, de combinatie daarvan of wat de toekomst nog meer in petto zou hebben aan mogelijkheden.

Dat is verboden volgens het  Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Jurisprudentie van het hoogste Europese gerechtshof (EHRM) bevestigt dit uitdrukkelijk.

Toch regelt de Paspoortwet, dat bij de huidige opslag politie en justitie gebruik kunnen maken van de gegevens uit de reisdocumentenadministratie en dat bij opslag in één centrale 24h/7 daags on-line bevraagbare Rijksdatabank hiervan de Officier van Justitie nog ruimer gebruik zal kunnen maken.

 

MISVERSTANDEN OVER HET JUSTITIEEL GEBRUIK VAN GEZICHTSSCANS EN VINGERAFDRUKKEN DOOR DE PASPPOORTWET

 

Er blijkt veel verwarring over het gebruik voor justitiële toepassing, Dat hopen we bij deze voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen:

1- Het gebruik van vingerafdrukken en gezichtsscans uit de databanken mogen gebruikt worden voor ‘identiteitsvaststelling van verdachten’. Dit wordt door de Staat zo gepresenteerd als zou identiteitsvaststelling van verdachten niet te maken hebben met de opsporing. Maar in werkelijkheid maakt het geval juist een onderdeel uit van de opsporing.

2- Justitie en politie mogen niet zelfstandig in de reisdocumentendatabank grasduinen om de daarin opgeslagen biometrische gegevens te vergelijken met willekeurige vingerafdrukken die op een plaats delict zijn gevonden, toch is er sprake van een (semi) opsporingsregister. Men mag namelijk wel bij aanlevering van een gezichtsopname, vingerafdrukken en aanduiding of het om een man of vrouw gaat, de databank bevragen om de identiteit van een verdachte te achterhalen.

3- Justitie en politie mogen de gemeente niet vragen ’van welke man of vrouw komen deze vingerafdrukken en gezichtsopname overeen met de persoonsgegevens uit de reisdocumentenadministratie.’ Men mag kortom niet rechtstreeks de identiteit opvragen met de vraag: ‘wie is deze persoon’. Maar men heeft wel de bevoegdheid om te vragen: ‘heeft deze persoon bij u een reisdocument aangevraagd? En zo ja wat is de identiteit van de aanvrager’.

Dat komt in de praktijk op hetzelfde neer, maar maakt het mogelijk dat anderhalf jaar na de invoering van de Paspoortwet de overheid de burger nog steeds zand in de ogen strooit over het gebruik van zijn gegevens. Met de bewering dat het onzin is dat de reisdocumentenadministratie voor de opsporing gebruikt kan worden omdat er geen biometrische gegevens uit mogen worden opgevraagd en ook niet gevraagd mag worden van biometrische gegevens van welke persoon die zijn.

4- Als er in de toekomst één Rijks-Centrale databank (ORRA ) zou komen, regelt de Paspoortwet dat Officier van Justitie (OvJ) daaruit biometrische gegevens zou mogen opvragen. Hierdoor is de indruk ontstaan dat justitieel gebruik van persoonsgegevens uit de reisdocumentenadministratie pas aan de orde is nadát er een centrale databank zou komen. Terwijl in werkelijkheid de regeling voor politiefunctionarissen blijft zoals hierboven beschreven en bij centrale opslag alleen de bevoegdheid van de OvJ nog groter zou worden.

5- De huidige de-centrale gemeentelijke reisdocumentenadministraties hebben geen biometrische doorzoekfunctie. Dat maakt dat voor het gebruik voor identiteitsvaststelling van verdachten de databank handmatig zou moeten worden doorzocht. Dit plus het gegevens dat nog lang niet iedereen vingerafdrukken heeft hoeven aanleveren omdat men nog over een geldig paspoort of ID-bewijs beschikt, maakt daadwerkelijk gebruik voor justitiële toepassing momenteel nog niet aantrekkelijk. Daarmee ontstaat licht de misvatting dat daar geen bevoegdheid toe zou zijn.

VERWARRING OVER JUSTITIEEL GEBRUIK VAN COMBINATIE VINGERAFDRUKKEN  EN GEZICHTSSCAN VAN ONSCHULDIGE BURGERS.

Vroeger werden alleen mensen als verdachte aangemerkt als er een redelijke verdenking tegen hen bestond dat zij zich schuldig hadden gemaakt aan een strafbaar feit. Maar dat is niet meer zo.

De combinatie van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht (WU-ID)  de Wet Identiteitsstelling Verdachten ,Veroordeelden en Getuigen (WIVVG-2009) + de Paspoortwet-2009, zorgt ervoor dat het momenteel iedereen kan overkomen om als onschuldige burger door politie of justitie als verdacht te worden beschouwd.

Het kon om te beginnen namelijk sinds de invoering van de ID-plichtwet op 1-1-2005 iedereen overkomen dat men, zonder enige wet overtreden te hebben- bijvoorbeeld als getuige van een ongeluk of diefstal- als verdachte werd aangemerkt louter omdat men op vordering daartoe niet onmiddellijk een geldig identiteitsbewijs liet zien. Dit ondanks dat de wet geen verplichting kent om een identiteitsbewijs bij zich te dragen.

Wie in zo’n geval geen geldig ID-bewijs toonde liep sinds 2005 al het risico om gearresteerd te worden. In dat geval had men de keuze tussen het afgeven van zijn persoonsgegevens die dan als ‘met justitie in aanraking zijnde gekomen’ aantekening werd opgeslagen in het justitieel register van de Keuringdienst van Gedrag (VOG) , of om als anonieme verdachte na wettelijke termijn als (NN) te worden vrijgelaten nadat de overheid vingerafdrukken en gezichtsopname had afgenomen teneinde iemands identiteit te achterhalen.

Sinds op 1 oktober 2010, de Wet Identiteitsstelling Verdachten Veroordeelden en Getuigen in werking trad, heeft de politie hier nog een nieuwe bevoegdheid bij gekregen. Namelijk om van iedereen die op vordering niet onmiddellijk een geldig ID-bewijs toont en als verdachte kan worden aangemerkt voor een strafbaar feit ‘waar voorlopige hechtenis voor gegeven kan worden’ sowieso een gezichtsopname en vingerafdrukken te maken. En nou wil het geval dat als iemand anoniem wil blijven voor élk strafbaar feit voorlopige hechtenis kan worden opgelegd, en regelgeving met betrekking tot dak- of thuislozen bepaalt dat iedereen die ervan verdacht wordt dak- of thuisloos te zijn voor iedere verdénking van enig strafbaar feit in voorlopige hechtenis kan worden genomen.

De beoordelingsvrijheid van politie agenten en bijzondere opsporingsambtenaren maakt het daarmee mogelijk dat iedereen die niet onmiddellijk een geldig ID-bewijs toont ervan beticht kan worden wellicht dak- of thuisloos te zijn.

Deze combinatie van wetgeving betekent dat er een infrastructuur is gebouwd waar de handhavende macht het recht heeft om iemands unieke biometrische kenmerken te gebruiken voor de opsporing van zijn identiteit. Van iedereen uiteindelijk, want wie een geldig ID-bewijs toont kan er zelfs van verdacht worden een vals document te tonen.

In de praktijk loopt dat allemaal zo’n vaart (nog) niet. Mobiele vingerafdrukapparatuur staat de agent op de straat bijvoorbeeld nog niet ter beschikking. Maar waar het om gaat is dat er een infrastructuur wordt gebouwd waarin dit allemaal binnen de marges van de wet mogelijk is.

20-2-2011 artikel www.vrijbit.nl