Waarom biometrische reisdocumenten?

De ingescande gezichtsopname van de pasfoto en twee vingerafdrukken worden verwerkt in de RF-ID chip van de reisdocumenten. Een verplichting die voortvloeit uit de ondertekening door Nederland van de Europese Verordening uit 2004 . De EU Verordening beoogt met de opname van de biometrische gegevens reisdocumenten veiliger te maken en een betrouwbaarder verband tot stand brengen tussen de houder en het document ter bescherming van frauduleus gebruik.

Voor de toepassing van deze Verordening mogen de biometrische kenmerken in paspoorten en reisdocumenten alleen worden gebruikt voor het verifiëren van:a) de authenticiteit van het document; b) de identiteit van de houder door middel van direct beschikbare vergelijkbare kenmerken wanneer het overleggen van een paspoort of andere reisdocumenten wettelijk vereist is.

Het Nederlandse gebruik van de reisdocumentengegevens voor andere doeleinden druist zodoende in tegen de intentie van de verordening. En kan niet gerechtvaardigd worden op grond van het feit dat ieder land zelf verantwoordelijk is voor de wijze waarop men de gegevens opslaat.

Biometrische reisdocumenten en Nederlandse identificatieplicht

 

Nederland kent geen nationaal identiteitsbewijs. Om te kunnen voldoen aan alle, sinds 2005 ingevoerde landelijke, identiteitsverplichtingen moet men gebruik maken van een reisdocument, zijnde een paspoort of ID-kaart. Wie niet over een geen geldig identiteitsbewijs kan beschikken wordt uitgesloten van normale deelname aan de maatschappij, worden officieel essentiële levensbehoeften als inkomen en medische verzorging ontzegd en loopt constant het risico op grond van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht beboet of gearresteerd te worden.

 

Nationale biometrische reisdocumentenadministratie

 

Nederland koppelde de invoering van biometrische reisdocumenten aan het inrichten van een digitale databank met de automatisch meetbare lichaamskenmerken ( vingerafdruk en de combinatie daarvan met de gezichtsscan) van alle burgers vanaf 12 jaar.

Momenteel gebeurd afgifte onder Rijksverantwoordelijkheid via het RAAS systeem en vind de opslag plaats in de de-centrale gemeentelijke databanken. De Paspoortwet voorziet daarbij uitdrukkelijk in het omsmeden van deze digitale databanken tot één Centraal Nationaal 7 daags/24 uurs on-line te raadplegen register Staatsregister.

Deze databank is heeft als doel om  look-a-like fraude bij uitgifte van documenten tegen te gaan, de invoering van een plaatsonafhankelijk aanvraagsysteem mogelijk te maken en om de gegevens te kunnen gebruiken voor veiligheids-en inlichtingen werk en voor justitieel gebruik inzake identiteitsstelling van verdachten.

Politieke besluitvorming

 

Het voorstel is op 20 januari 2009 aangenomen door de Tweede Kamer. PvdA, VVD, ChristenUnie, SGP, CDA, PVV en het lid Verdonk stemden voor. stemmingsoverzicht.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 9 juni 2009 zonder stemming aangenomen. D66, SP en GroenLinks, Onafhankelijke Senaatsfractie, de Partij voor de Dieren en de Fractie Yildirim hebben laten aantekenen het niet met de wet eens te zijn. (EK 31.324 (R1844), A) 

Hoewel dit wetsvoorstel burgers de regie over hun meest eigen onvervreemdbare gegevens ontneemt waren de belangrijkste punten in het debat de veiligheid van opslag en de vraag of een centraal paspoortregister met de biometrische kenmerken van alle Nederlanders een opsporingsregister is en of dit, zoals het College Bescherming Persoonsgegevens al in 2007 had aangegeven,  in strijd is met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens.

De PvdA, het CDA en de VVD waren positief over de nieuwe Paspoortwet. Senator De Vries (PvdA) verbaasde zich er zelfs over dat mensen het wetsvoorstel afwezen en beweerde dat het Nederlandse volk hier heel blij mee zou zijn. Mevrouw de Vries Leggedoor( CDA) geloofde dat met dit systeem identiteitsfraude aan de bron kon worden bestreden en zag de klantvriendelijkheid van het systeem als belangrijk winstpunt. En mevrouw Duthler (VVD) stelde dat identiteitsfraude een steeds groter maatschappelijk probleem is met verstrekkende gevolgen. Ze plaatste wel vraagtekens bij de inbreuk op de privacy die gemoeid is met de invoering van het systeem en vroeg de staatsecretaris naar mogelijkheden om correcties aan te brengen als blijkt dat de persoonsgegevens gekoppeld zijn aan een verkeerde persoon.

Staatsecretaris Bijleveld Schouten stelde dat zij, zonder het wetsvoorstel aan te passen, voldoende was ingegaan op de bezwaren van het CBP dat al in 2007 had aangegeven dat de wet indruist tegen het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zij hield de Kamer voor dat  er geen sprake van grote verandering ontstond met de opname van vingerafdrukken omdat voorheen gegevens over lichaamslengte, handtekeningen en pasfoto’s ook al als biometrische kenmerken werden vastgelegd. En verdedigde haar stelling dat er geen sprake zou zijn van een (semi) opsporingsregister omdat bij toepassing voor identiteitsvaststelling niet gevraagd wordt of de betrokkene een strafrechtelijk verleden heeft maar of hij in het bezit is van een reisdocument.

Waarschuwingen vooraf

 

Principieel bezwaarden en deskundigen op gebied van beveiliging van persoonsgegevens, hebben vanaf het allereerste begin van de eeuw bezwaar gemaakt tegen de plannen van de overheid om  burgers, buiten het strafrechterlijk circuit, tot afgifte van hun lichaamskenmerken te verplichten. Zo werden in 2000 de eerste waarschuwingen van gezaghebbende deskundigen en betrokken burgers in het Publiek Debat Biometrie wat in Den Haag gehouden werd,  tegen opslag van deze gevoelige persoonsgegevens genegeerd. Iets waar pas na de invoering van de Paspoortwet verandering in kwam.

In het najaar van 2010 werd in twee voorstudies van het rapport i-Overheid van de Wetenschappelijke Raad van het Regeringebeleid (WRR) een ontluisterend beeld geschetst van het gebrek aan kennis en van de overschatting van technologische mogelijkheden voor biometrische identiteitsvaststelling en van toepassing en beveiliging van grootschalige dataopslag.

rapportages Happy Landings? het biometrisch paspoort als zwarte doos van Vincent Böhre  en                       Het biometrische paspoort in NL: crash of zachte landing- van Max Snijder

Bezwaren tegen biometrie in documenten

 

De bezwaren variëren van mensen die absoluut niet mee willen werken aan het afgeven van hun vingerafdrukken- en opslag daarvan samen met hun gezichtsscan t/m mensen die onder voorwaarden met verwerking in de documenten akkoord willen gaan.

Wat betreft de bezwaren tegen biometrische documenten in de reisdocumenten dus van mensen die iedere afgifte van hun eigen lichaamskenmerken verfoeien, tot mensen die opname enkel acceptabel vinden als deze ter verificatie rechtsreeks zichtbaar worden verwerkt, niet worden omgezet in computerleesbare codes, tot mensen die verwerking enkel acceptabel vinden als het oorspronkelijk aangeleverde materiaal na verwerking in de documenten wordt verwijderd. En mensen die verwerking in RF-ID chips niet verwerpen mits ze zelf de steutel krijgen om te bepalen wie zij in en bepaald geval toegang tot die gegevens verlenen.

Ook zijn er bezwaarden die de verwerking in de documenten verwerpen omdat deze documenten middels het uniek identificerend Burger Service Nummer toegang geven tot alle sectoren van de samenleving. En mensen die bezwaar hebben tegen het systeem dat voor binnenlands gebruik überhaupt een reisdocument vereist is om aan het gewone maatschappelijk leven te kunnen deelnemen.

Bezwaren tegen biometrie in ( digitale) overheidregisters

De bezwaren hiertegen zijn evenals de bezwaren tegen biometrische documenten geënt op bezwaren van principiële aard als op grond van veiligheidsoverwegingen.

Tegen de databank bestaat bovendien grote weerstand vanwege het feit dat de gegevens, die op grond van de Paspoortwet verzameld en verwerkt worden, niet enkel gebruikt worden voor het aanvraag en uitgifte proces van de documenten, maar op grond van diverse andere wetgeving momenteel ook ter beschikking staan van inlichtingen- en veiligheidsdiensten en voor justitieel gebruik. Dat daarbij de intentie van de Paspoortwet expliciet toepassing voor justitie van een toekomstig op te richten centrale databank regelt. En dat de Paspoortwet mogelijk maakt dat een uitgebreider gebruik van de gegevens buiten het parlement om bij ministeriële bevoegdheid kan worden verruimd.

 

Gevaren

 

De gevaren zijn velerlei. Ze bestaan er praktisch alleen al uit dat biometrische identiteitsherkenning altijd foutmarges zal kennen. Alleen al wat betreft de afgifte van vingerafdrukken zal nooit een exacte zelfde afdruk geregistreerd kunnen worden en zullen ook uitstekende opnamen tot mis-match van gegevens leiden. Dat gaat om statistische foutmarges van minstens 1%, in aantal om zo’n 120 gevallen per dag, waarvan de opname in het document bij verificatie (die standaard niet wordt uitgevoerd) niet overeenkomt met de gegevens van de houder van het document. En om een veel hoger percentage fouten als de vingerafdrukken van een persoon niet een op een met die in een document worden gecontroleerd maar als alle gegevens uit de biometrisch databank op een match worden doorzocht.

Het gevaar dat onbevoegden gebruik kunnen maken van iemands onvervangbare biometrische gegevens is ook reëel. Iedereen die vingerafdrukken afgeeft wordt daardoor automatisch in gevaar gebracht slachtoffer te worden van identiteitsfraude. De opslag van vingerafdrukken samen met de gezichtsscan en het BSN lokt crimineel gebruik van diefstal, afpersing tot manipulatie van gegevens als het ware uit. De gevolgen van grootschalige dataopslag maakt misbruik van het complete bevolkingsregister mogelijk door een totalitair bewind of voor crimineel gebruik van buitenaf.

Dit beperkt zich, zoals de AIVD waarschuwde in het jaarverslag van 2009, niet enkel tot gebruik van de gegevens door een eventueel toekomstig regiem of door gehackte ( of van binnenuit gestolen) gegevens. Maar geldt evenzeer voor het gebruik van de gegevens die door koppeling, delen of spionage in handen komen van buitenlandse inlichtingendiensten. Daarbij komt dan ook de risico’s door het gebruik van de eigen veiligheids- inlichtingendiensten, omdat deze buiten de controle van openbaarheid van bestuur functioneren.

Dit betreft  de in het oog lopende praktische gevaren. Maar de essentie van het gevaar zit dieper.

Allereerst omdat de gevaren van op afstand uitleesbare identiteitsdocumenten en de opslag van persoonsgegvens in de databank  zo reëel zijn, dat zij de burger als het ware nopen om zelf crimineel te gaan denken omdat men zich uit zelfbescherming constant dient te realiseren hoe kwaadwillenden misbruik van hun gegevens kunnen maken. De invloed die dat heeft op de geestelijke gezondheid van volwassenen en op de ontwikkeling van kinderen die vanaf 14 jaar die verplicht met op afstand uitleesbare reisdocumenten de straat op moeten omdat ze anders boetes en arrestaties riskeren, kan men de gevolgen niet van overzien. Maar dat deze een inbreuk op het recht om met rust te worden gelaten een grote negatieve invloed zal hebben is wel duidelijk .

Daarbij komt dat door de grootschalige opslag van persoonsgegevens de eigenheid van de individuele mens ondergeschikt begint te raken aan het pakket van gegevens dat van mensen wordt vastgelegd. Er ontstaan zo naast de echte individuen, als het ware virtuele persoonlijkheden, waarvan de data als absolute waarheden en correcte gegevens worden beschouwd en waarvan niemand de bevoegdheid heeft om foute, onterechte of vervuilde registraties te verwijderen of te herstellen. Zo ontstaat de situatie dat de computer niet langer een hulpmiddel voor de mens is, maar gaat uitmaken hoe mensen met elkaar omgaan.

Dit voedt de tendens dat de basis van de samenleving verschuift van ‘het met elkaar er het beste van zien te maken’ naar een afstandelijke manier van met elkaar omgaan. Hierdoor verdwijnt de basis van vertrouwen van mensen die elkaar onderling kennen. En daarmee de smeerolie van de maatschappij. Dat veroorzaakt een overgeorganiseerde maatschappij, die noodzakelijk wordt zodra het verkeer tussen mensen op wantrouwen is gebaseerd en waar alles in regels en protocollen moet worden afgeregeld. In plaats van een democratische maatschappij, waar het bestuur dienstbaar is aan het volk wat het vertegenwoordigt, ontstaat dan als vanzelf een dicterend autocratisch bestuur. Wordt meer en meer van hogerhand bepaald wat goed is voor het volk. Vingerafdrukken afgeven bijvoorbeeld. En kan er geen rekening meer worden gehouden met de belangen van de individuele burger als deze botsten met de algemene regels .

Dat gaat gepaard met een verschuiving in het rechtsbestel, waar door algehele registratie -en controlemogelijkheden van het hele doen en laten van de bevolking, iedereen bij voorbaat als verdachte kan worden beschouwd. Waarbij rechtsbeginselen als ‘onschuldig tot overtuigend bewijs is geleverd’ worden vervangen voor een rechtspraak waarbij de verdachte steeds vaker zelf moet aantonen onschuldig te zijn.

En in geval van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht in combinatie met de Paspoortwet tot het criminaliseren van burgers enkel op grond van het feit dat zij willen dat hun fundamentele recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt gerespecteerd.